Direct Contact met Simonton Center Europe? Bel 06 83 38 38 61 of email naar holland@simonton.eu

Dr. van Delft

Dr. van Delft
Interview met Dr G.P.J.M. van Delft op 26 maart 2015
Dr. van Delft is apotheekhoudend huisarts in Zeeland en heeft daarnaast een complementaire praktijk voor Neuraaltherapie en Biofysische geneeskunde.

Wat ervaren uw patienten over het algemeen bij de diagnose kanker?
Angst. Dat is mijn eerste associatie. Het is natuurlijk ook een zeer bedreigende aandoening.
En angst is een verlammende conditie. Als je aan radiotherapie of een chemokuur begint terwijl je denkt “ik ben toch al opgegeven” dan heeft de behandeling meestal weinig zin want dan heeft iemand het vaak echt opgegeven.

Het gaat er wat mij betreft om dat het zelfregulerend vermogen van de patiënt geactiveerd wordt. En dat is best lastig als je ziet dat het grootste deel van patiënten die dit overkomt als het ware verlamd en in de put raakt, en dat slechts het kleinere deel het gevecht aangaat. Maar als je de psyche van iemand daadwerkelijk kan versterken dan vergroot je de kansen van diegene aanzienlijk: hij of zij wordt zelf regisseur van het verloop van de ziekte.

Veranderen die patiënten na de diagnose?
Ja. Er wordt natuurlijk altijd hoop gegeven. Maar als iemand dan bijvoorbeeld chemotherapie krijgt kan het gebeuren dat mensen helemaal overtuigd raken dat ze dood gaan aan de ziekte, dan wel aan de behandeling.
Ik heb de ervaring dat als mensen het als een leerproces gaan zien waarbij ze inzicht krijgen in de eigen psyche en mogelijkheden, hoe de dingen gelopen zijn in hun leven en waarom ze zo gelopen zijn, dat mensen er veel sterker van kunnen worden en dat dat een positieve uitwerking heeft op het verloop van hun ziekte. Ik zie kanker wel als de lichamelijke spiegel van een geestelijke shock, er is toch iets gestopt met functioneren in de anders zo efficiënte fabriek van het menselijk lichaam.

Hoe veranderd uw rol nadat u de patiënt heeft doorverwezen naar de specialist?
Meestal is de patiënt na de eerste diagnose een tijd uit zicht en wordt hij of zij opgeslokt door het ziekenhuis. Als ze na weken of maanden van diagnoses en behandelplannen weer in de eigen omgeving belanden ga ik, afhankelijk van de patiënt en de ernst van de situatie om de zoveel tijd langs of zie ik de patiënt weer in de praktijk. Er is dan vaak meer rust en afstand, waardoor er gespiegeld kan worden op de eigen situatie, en dus ook op het psychologisch aspect. Daar probeer ik dus na de eerste storm wel verder in te begeleiden. Soms lukt dat, soms wil iemand er totaal niet aan.

Wanneer verwijst u iemand door naar de Simonton therapie?
Ik heb eerlijk gezegd pas in juni van het afgelopen jaar van Simonton gehoord. Ik was op het integratieve oncologie congres ‘Nature by the Sea’ waar ik een bevlogen Thera Balvers over Simonton hoorde. Ik was daar zeer van onder de indruk, het sloot aan bij mijn overtuigingen en ik besloot (ook) patienten (daar op te wijzen.) op de Simonton therapie te gaan attenderen. Ik heb van een van mijn patienten begrepen dat zij daardoor het boek is gaan lezen en vervolgens heeft besloten aan de Simonton week deel te nemen. Na terugkomst is ze daar enthousiast over komen vertellen. Zij is nu heel goed bezig, wat een hele positieve invloed heeft op haarzelf maar ook op haar omgeving.
Wat ook erg goed is dat ze na de Simontonweek een beslissing heeft kunnen nemen over met welke medische therapie ze verder wil gaan. Welke behandeling je kiest moet echt je eigen beslissing zijn om de werkingskans zo maximaal mogelijk te laten zijn.

Is er naar uw idee een speciale categorie patiënten die die ondersteuning nodig hebben?
Ik denk dat er nog steeds een groot aantal mensen is die gevoelig zijn voor de autoriteit van (de) artsen. Ze gaan er van uit dat de dokter het beste met ze voorheeft. Dat heeft de dokter natuurlijk ook wel, maar de arts/oncoloog is toch (ook) vaak vooral allopathisch* bezig. Als iemand daar alle vertrouwen (daar) in heeft is dat natuurlijk prima. Maar als er geen vertrouwen is, of twijfel of ze daar echt beter van worden, dan ga je de patiënt helpen door ze een spiegel voor te houden, door ook anders te kijken naar die behandeling. Zo heb ik een patiënt die na de eerste chemokuur dacht dat hij daar echt dood van zou gaan. Hij heeft zelf aktief naar andere behandelingen gezocht en kwam uit op een alternatieve behandeling die hij nu met veel succes volgt. Ik kan zo’n patiënt prima ondersteuning bieden in de eigen beslissing, maar ik (zal) kan (zelf) als huisarts natuurlijk niet een uitsluitend alternatieve behandeling (aandragen) voorstellen die in strijd is met het advies/behandeltraject van de oncoloog.
Het gaat bij het begeleiden van een patiënt met kanker niet alleen om het streven naar genezing, maar ook om begeleiding op de ingrijpend andere levensweg die door de patiënt, ten gevolge van zijn kanker wordt afgelegd. Deze weg kan confronterend zijn maar leidt altijd naar veel meer zelf inzicht.

* Redactie: “allopathie” is de geneeswijze waarbij men tegenwerkende geneesmiddelen in voldoende mate aanwendt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van middelen die de ziekte tegenwerken, de symptomen bestrijden en/of de oorzaak uitschakelen.

Sluit Menu